Tuesday, September 20, 2011

Posted by Picasa
De ERFGOOIERSBRUG OVER DE KARNEMELKSLOOT.
(naamgeving in 1997)
Posted by Picasa
HET LAND VAN DE ERFGOOIERS
(tentoonstelling in het Schoutenhuis te Huizen in 1997)
Posted by Picasa
HET LAND VAN DE ERFGOOIERS.
(tentoonstelling in het Schoutenhuis te Huizen in 1997)

Tuesday, September 06, 2011

WELKOM OP MIJN GOOIERS WEB SITE

Posted by Picasa
Erfgooiers protest naar aanleiding van het doodschieten
van de erfgooier Hendrik Smit. Dit gebeurde in 1903
bij een vreedzame actie bij het Meenthek te Blaricum.
Een militair schoot, omdat enkele plaggen van de
Koedijk werden verwijderd.

Saturday, July 30, 2011

WELKOM OP MIJN GOOIERS WEB SITE



08/23/05

Home
Geschiedenis
Erfgooiers
Koptienden
Kronieken
Verpondingen
Bestuur
Gerecht
Landkaarten
Overheid
boerderijen
Weilanden
Landbouw
Wevers en blekers
Stambomen
Beroemdheden
Kunstschilders
Gooijer verhalen.








Welkom op myn Gooiers web site

O
p reis in het verleden

Frans de Gooijer, hoeder van de history van de erfgooiers
door Joyce Huibers

Noem de woorden erfgooiers en boerderijen en tweeënhalf uur later is Naarder Frans de Gooijer nog steeds niet uitgepraat. Zijn vader was de laatste erfgooierboer in de vesting. Hoewel hij zelf nooit de ambitie heeft gehad boer te worden, heeft zijn familiegeschiedenis hem gegrepen. Sinds het begin van de jaren zeventig verzamelt De Gooijer alles wat hij er maar over kan vinden. Mappen, dozen vol staan er op zijn zolder. Inmiddels moet ook hij toegeven dat het bijna geen hobby meer is

Frans de Gooijer woont in de Gansoordstraat, niet ver van de nog bestaande boerderij van zijn grootouders op de hoek met de Pijlstraat. De woning is al een halve eeuw niet meer in de familie, maar regelmatig loopt hij er nog even langs. Hoewel hij het niet expliciet zegt, is het duidelijk dat de boerderij van zijn grootouders een beetje zijn grote trots is. ,,Het was een van de grootste boerderijen uit die tijd. Ik heb alle bewoners nagetrokken zover ik kon. In de zeventiende eeuw heeft het aan de burgemeester van Naarden toebehoord. Zesendertig meter lang was de boerderij. Ik heb het zelf nagemeten en er tekeningen van gemaakt.”
De Gooijer rommelt wat tussen zijn mappen en papieren die de hele eettafel bedekken. Foto’s , tekeningen, oude koopaktes. Je kan het zo gek niet bedenken of De Gooijer heeft het wel in een map zitten. ,,Kijk hier heb ik het”, zegt hij, een tekening tevoorschijn trekkend. ,,De houten achterkant bestaat niet meer. Toen mijn oma in 1956 overleed ging de boerderij naar een aannemer. Al haar zonen hadden inmiddels zelf al een boerderij, of hadden iets in de melkhandel. De aannemer heeft toen de houten schuren afgebroken en drie huisjes neergezet. De boerderij zelf is enkele jaren later opgeknapt en in twee woningen verdeeld.”

De Naarder werd in 1933 geboren op een boerderij in de Bussummerstraat. Zijn vader was zes jaar daarvoor voor zichzelf begonnen. Zijn voorouders verdienden sinds halverwege de negentiende eeuw de kost als boer in Naarden. Overgrootvader begon als pachter op het landgoed Oud Crailo, waar nu Linda de Mol woont. In 1857 betrok hij zijn eigen boerderij in de Bussummerstraat, een andere dan waar Frans’ vader later in terecht zal komen. Zijn kinderen begonnen ook een boerderij in Naarden. De grootouders van De Gooijer betrokken de boerderij op de hoek van de Gansoordstraat met de Pijlstraat in 1895.
,,De vestingboerderijen werden gebouwd om het garnizoen en de bevolking van voedsel te voorzien. Zeker ten tijde van omsingeling was dat heel praktisch. Door de koeien en de rogge kon het leger op krachten blijven. De boeren zijn op die manier tot twee keer toe hun verbouwde producten kwijtgeraakt. Alleen dan niet aan het eigen leger maar aan het Franse leger, dat in 1672 en in 1813 onder Napoleon Naarden binnen walste en hier lang gelegerd bleef”. De vesting telde in 1945 nog zeventien vestingboerderijen. Daarvan waren er zeven van niet erfgooiers. De erfgooiers hadden het recht om hun vee op de meentgronden te laten grazen, het zogenaamde schaarrecht. ,,De oudste boerderijen stammen uit de zeventiende eeuw. Van vroegere periodes zijn geen boerderijen bewaard gebleven. Nu zijn er nog slechts vijf over, al zijn ze niet allemaal herkenbaar. De kleine boerderijen bestonden uit een voorhuis met wat houten schuurtjes op het erf. Die van mijn oma en van mijn vader behoorden tot de grootste.
Ik heb de bewoners van mijn vaders boerderij zover mogelijk terug gezocht. Blijkt dat familie van de bekende schildersfamilie Ruysdael daar gewoond heeft. Dat zijn leuke ontdekkingen.”

Drukken
De Gooijer zag zelf niets in het boerenleven. ,,Als wij als kinderen de koeien in melkenstijd van de gemeenschappelijke weilanden moesten ophalen, probeerde ik me zo vaak mogelijk te drukken. Kwam ik er niet onderuit, dan probeerde ik landen of werelddelen te herkennen in de tekening op de huid van de koeien. Zo leerde ik onze koeien uit honderden anderen herkennen. Ik ben zo snel mogelijk iets anders gaan doen. Ik werd technisch tekenaar en ben onder meer hoofdconstructeur bij Stork geweest.”
De Naarder zegt altijd al interesse te hebben gehad in geschiedenis en aardrijkskunde. ,,Ik werd als kind gegrepen door de verhalen over de 80-jarige oorlog en de Gouden Eeuw. Daar was veel aandacht voor toen ik in de Tweede Wereldoorlog naar school ging. Machtig mooi vond ik dat. De interesse in de boerengeschiedenis van het Gooi en Naarden in het bijzonder is eigenlijk pas veel later gekomen. Toen mijn vader eind jaren zestig uit zijn boerderij moest, heb ik daar al wel alles opgemeten. Ik had het gevoel dat ik dat moest doen. De gemeente deed niets, die dacht alleen maar aan de bouwgrond die vrij kwam.”
“Ik las toen ook al veel over de erfgooiers geschiedenis. Maar de verslaving is pas echt begonnen zo halverwege de jaren zeventig. Ik wilde me bezig houden met geschiedenis, maar het wel klein en overzichtelijk houden. Dat werd het Gooi. Ik had ontdekt dat er wel over de erfgooiers was geschreven, maar altijd door buitenstaanders, nooit door hen zelf. Veel verhalen van vroeger gaan vaak over veldslagen en oorlogen of de koninklijke familie. Ik wilde uitzoeken hoe de maatschappij in elkaar stak, hoe het de gewone burger verging. Ik behoor tot die oorspronkelijke bewoners van het Gooi. Die geschiedenis wilde ik niet verloren laten gaan. Vanaf dat moment ben ik het archief in gedoken, verhalen gaan opschrijven en documenten gaan verzamelen.”
Sinds zijn pensionering is De Gooijer vaak in het archief in Naarden te vinden. Hij zit in het bestuur van de Stad en Lande Stichting en heeft zich bezig gehouden met de restauratie van het erfgooiersarchief. Ook is hij lid van de historische vereniging Blaricum.
De Naarder betreurt het dat in zijn eigen stad zo weinig ‘afgiftepunten’ zijn voor zijn verhalen. ,,Ik schrijf sinds 1987 regelmatig voor De Omroeper, toevallig afgelopen december nog een heel verhaal over de vestingboerderijen, en ook wel eens voor Tussen Vecht en Eem. Maar zij kunnen niet altijd alles gebruiken. Ik ben erg bevlogen in wat ik doe, maar ik ben wel zo’n beetje de enige hier. Ik mis in Naarden echt mensen om over het verleden te praten. In Blaricum, waar ik ook veel ben, leeft de geschiedenis van de erfgooiers veel meer. Daar vind ik ook veel meer gelijkgestemden.”

In de container
De Gooijer is de laatste tijd versneld bezig om zo veel mogelijk informatie te verzamelen en vast te leggen. In bladen, boekjes en op internet. ,,Vaak is het puur voor mezelf. Ik ben nu 69 en er kan me van alles overkomen. Het zou toch vreselijk zijn als alles weg raakt. Dit moet allemaal bewaard blijven. Mijn vrouw maakt graag de grap dat als ik er niet meer ben ze een container voor laat rijden en alles er in laat gooien. Weg ermee, opgeruimd staat netjes. Is eindelijk de zolder weer leeg, zegt ze dan. Ik moet er niet aan denken dat het gebeurt. Al die informatie, het zijn geen wereldschokkende zaken. Maar zoiets, de geschiedenis van je voorvaderen, moet bewaard blijven.”
,,Ik zeg wel eens tegen een vriend van mij die de hele wereld over reist: ik reis eigenlijk altijd in het verleden. En dat meen ik echt. Ik ben altijd met dat verleden bezig, zit er helemaal in. Soms misschien wel een beetje teveel. Dan loop ik verstrooid rond en denk ik aan het einde van de straat: “Wat ging ik nou toch ook al weer doen.”


Gooi en Eemlander 26.10.2002


Gooiers zijn bewoners van het Gooi,
Erfgooiers waren erfgenamen van het Gooi.

O
ver Gooiers wordt tegenwoordig veel geschreven. Bijna iedereen heeft weleens gehoord van de ‘Gooise Matras ‘ ... enz. Het eerste driekwart van de twintigste eeuw werd in de lokale pers ook veel aandacht besteed aan de Erfgooiers en de ‘Erfgooiers Kwestie’. De erfgooiers behoorden tot de oerbewoners van Gooiland en tot circa 1800 vormden zij in de Gooise dorpen een ruime meerderheid. Sinds onheuglijke tijden bezaten die inheemsen het vruchtgebruik van een groot deel van het Gooi. Vooral over dat gemeenschappelijk gebruik is veel geschreven, vooral van bovenaf en buitenaf. Als eenvoudige erfgooier wil ik graag mijn eigenwijze mening geven over het wel en vooral wee van de erfgooiers gemeenschap. Deze is onlosmakelijk verbonden geweest met de geschiedenis en het lot van het Gooi. “Het is maar een mening” zou prins Willem Alexander zeggen. Oordeelt of veroordeelt u zelf.

Reactie, kunt u mailen naar Mail to Frans De Gooijer

F.J.J. de Gooijer

Favorite Links

STARTPAGINA gooijer.nl

Geneaologie familie de Gooijer Met stamboom een site van mijn naamgenoot

GESCHIEDENIS VAN GOOILAND EN DE ERFGOOIERS

STAD EN LANDE VAN GOOILAND : OORSPRONKELIJK ARCHIEF 1422 - 1977
( Het werkarchief met de indeling zoals het in de archiefkelder van het Gemeenlandshuis aanwezig was )

Fotoalbum

Hier is het fotoalbum geplaatst met de foto,s van de open monumentendag september 2003

This site was last updated 08/23/05

Gratis website teller


Monitored by BelStat - Your Site Counts

Labels:

GESCHIEDENIS


05/30/03

Home
Geschiedenis
Erfgooiers
Koptienden
Kronieken
Verpondingen
Bestuur
Gerecht
Landkaarten
Overheid
boerderijen
Weilanden
Landbouw
Wevers en blekers
Stambomen
Beroemdheden
Kunstschilders
Gooijer verhalen.


Hit Counter
People have
visited my page!








Chronologische geschiedenis van het Gooi

Deze chronologische lijst van jaartallen geeft een duidelijk beeld van de belangrijkste gebeurtenissen in het Gooi. Click op de link en u komt in de beschrijving. Met het pijltje links boven in uw browser komt u weer terug.


Jaartallenlijst 900 t/m 1567

Jaartallenlijst 1568 t/m 1705

Jaartallenlijst 1706 t/m 1814

Jaartallenlijst 1815 t/m 1913

Jaartallenlijst 1914 t/m 1939

Jaartallenlijst 1940 t/m 2008

Bibliografie van het Gooi


This site was last updated 05/30/03

ERFGOOIERS


12/03/03

Home
Geschiedenis
Erfgooiers
Koptienden
Kronieken
Verpondingen
Bestuur
Gerecht
Landkaarten
Overheid
boerderijen
Weilanden
Landbouw
Wevers en blekers
Stambomen
Beroemdheden
Kunstschilders
Gooijer verhalen.


Hit Counter
People have
visited my page!













Erfgooiers

Erfgooiers en het Gooi

Het Gooi werd in de vroege middeleeuwen Naerdincklant of Nardingerland genoemd en de bevolking Nardingerlanders. Nadat de naam ‘t Gooi ontstond, noemde men de inwoners Lantgooiers en tenslotte Erfgooiers. Sinds 968 was de streek in het bezit van de Abdis van Elten, die ook het bestuurde. Een adellijke dame die zo ver weg woonde van haar bezit, dat had voordelen voor de bewoners. Zij sloten zich al vroeg aaneen in een soort ‘marke’, die het gemeenschappelijk gebruik van graslanden en woeste gronden regelde.
Waarschijnlijk wisten ze niet beter of ze waren niet alleen de gebruikers, maar ook de eigenaren van de grond. Wanneer een groep boeren besloot een stuk hei te ontginnen tot akkergrond, dan moest men echter een soort belasting betalen. Deze zogenaamde koptiende werd ook daarna ieder jaar door de eigenaren van ieder perceel afgedragen aan Elten.

Eeuwenlang veranderde er weinig aan het bestuur en de gebruiken. De afwezigheid van een krachtig bestuur had ook zijn nadelen. Rondom het gebied dreigden edelen het bestuur over te nemen. De Abdis besloot daarom niet de grond, maar het bestuur van Naerdincklant over te dragen. Tegen een kleine vergoeding voegde Graaf Floris V in 1280 de streek bij het Graafschap Holland. Zelfs daarna waren er nog adellijke kapers op de kust, zoals Van Aemstel. Zij noemden de graaf smalend ‘der Keerlen God’ oftewel ‘de God van de boeren’. De bevolking was de graaf welgezind en vond deze kreet een erenaam. Zij bewezen dit tijdens de ontvoering van Floris door zijn ondergeschikte edelen. De Nardinglanders poogden de graaf te redden, maar hij werd lafhartig in 1296 vermoord. Onder invloed van de Vaderlandse Geschiedenis ontstond later de legende van een Floris die de erfgooiers het Gooi had geschonken. In 1326 wisten de Nardinglanders wel beter, na ontvangst van een brief van graaf Willem III. De Hollandse graaf verbood daarin zijn goede lieden van Gooiland om te vergaderen zonder zijn toestemming. Hem was ter ore gekomen dat door de “ghemeene lande” aangestelde raadslieden een volksvergadering bij elkaar riepen.

Gemeenschappelijk gebruik.
Het ontstaan van het gemeenschappelijk gebruik van heiden en weiden van het Gooi is onbekend. Vanaf 1404 werd het geregeld in de zogenaamde schaarbrieven en bosbrieven. In de schaarbrieven stond omschreven hoeveel vee een gerechtigde mocht scharen. Een schaar is letterlijk een stuk weiland van bepaalde grootte, zo veel als nodig is om een koe te voeden. In uitgebreider betekenis kwam het neer op de hoeveelheid koeien die een boer mocht laten grazen op de gemeenschappelijke weide, de Meent genaamd. In de opvolgende schaarbrieven werden de rechten van de “gemeene lantgoyers” steeds verder uitgewerkt, maar ook het uitsluiten van niet-gerechtigden. Het instituut Stad en Lande doet zijn intrede, het begrip Erfgooier komt pas in 1702 op schrift voor. In die tijd waren er al scharende (veehoudende) en niet-scharende leden. Huizer vissers zullen alleen gebruik hebben gemaakt van het maken van eiken takkenbossen voor het roken van vis. Hout sprokkelen en turf steken zal door iedereen zijn gedaan, dat was het enige voordeel dat de wevers en armlastigen hadden.
De scharende erfgooiers, de boeren, hadden het meeste voordeel van de gemeenschappelijke rechten. Ook zij konden niet alleen leven van de veehouderij, de meesten hadden een gemengd bedrijf. Het vee diende in hoofdzaak voor de levering van mest voor de zanderige akkers. In de winter stonden de koeien in een potstal op een steeds hoger wordend mestpakket. Ieder dag strooide de boer stro en heideplagen onder de koeien. In het voorjaar bepaalde de hoeveelheid mest de oppervlakte van vruchtbare akkers op de zogenaamde Eng. Aangezien op de hoge gronden sloten ontbraken, werden tussen de Meent en de Eng zogenaamde koedijken aangelegd. Het waren muurtjes die bestonden uit opgestapelde plaggen. Na de komst van het prikkeldraad zijn hieruit houtwallen ontstaan. Veldkeien gaven de onderlinge grenzen van de lange smalle akkers aan. Het kwam voor dat deze keien stiekem werden verplaatst en de dader een lange ploegvoor erbij stal.

ERFGOOIERS & NAZI-PERS

Deutsche Zeitung in den Niederlanden März 1943

Das uralte Recht der ‚Erfgooiers’

Die Eingesessenen kämpfen hartnäckig um ihre Ansprüche .

Als ,Het Gooi’ im Jahre 1874 durch den Bau einer Eisenbahn erschlossen wurde, entwickelte es sich in atemberabenden Tempo zu einem Erholungszentrum der Amsterdamer, wodurch die bäuerliche Bevölkering stark in den Hintergrund gedrängt wurde. Heute spielt diese im Gooi scheinbar nur noch eine bescheidene Rolle, und doch hat sich hier ein uralter Brauch erhalten können, der selbst in neuerer Zeit nochmals gesetzlich geregelt worden ist; das Recht der ,Erfgooiers’. Es ist darüber viel geschrieben und geredet worden, wobei sich der streittbare Charakter des Gooilanders erneut zeigte, der im Mittelalter als Kämpfer einen ähnlichen Ruf hatte wie etwa der Kosak im kaiserlichen Russland ! Um die Bezeihnung ,Erfgooier’ zu verdeutlichen, bedarf es eines kurzen Rückückblicks auf die Geschichte und Entwickelung dieses Landstrichs.

,Het Gooi’ hiess vor tausent Jahren ‚Nardinclant’ und gehörte zum Besitz des Klosters von Elten, das es 1280 zum Besitz dem Grafen von Holland in Erbpacht überliess. Damals war das Land noch wild und wüst und wenig bevölkert. Es bestand eigentlich nur aus einer Gemeinde, eben aus Nardinclant, die sich dan allmählich in mehere Dorfer spaltete. Es entstanden Laren, Huizen, Blaricum, Hilversum und Bussum, die aber alle an dem alten Brauch von Nardinclant festhielten, die umliegende Weiden und Wälder als gemeinsamen Besitz betrachteten und als solchen nutzten: ‚de gemeene heiden en weiden’, zusammenfassend ‚de meent’ geheissen.

In den Niederlanden nennt der Bauer sein Haus und Land kurz ‚erf’, weil er ja beides meist von den Vorvaren erbte. Jeder Gooibewohner, der nun ein ‚Erf’ sein eigen nannte, hatte das Recht, ,de Meent’ zu benutzen und auch das Holz in den Wäldern zu schlagen, die ‚plaggen’ in der Heide zu stechen. Dies Recht nannte man ‚schaarrecht’, und die Familien der Eingesessenen, die es beanspruchen konnten, taten dies auf Grund eins ‚schaarbrief’. Verliessen sie Het Gooi so wurde es ein ‚schlafendes’ Recht, das wieder in Kraft trat, sobald sie sich erneut im Gooi niederliessen. Diese Familien nun waren die ‚Erfgooiers’. Niemand machte ihnen ihr Recht streitig, solange die Gooigemeinden von eingesessenen Bugermeistern verwaltet wurden, die meist selber zu den Erfgooiern gehörten. Ende des 19 Jahrhunderts aber wurde das anders. Die Gemeinden begannen, sich als Herren und Besitzer der Wälder und Weiden der Erfgooier zu fühlen und veräuserten diese, wenn es ihnen gut dünkte, ohne die Erfgooier zu fragen. Diese dachten jedoch nicht daran sich so ohne weiteres in diese ‚neumodischen Auffasungen’ zu fügen und es begann sich ein Kampf zu entwickelen, der überall in den Niederlanden mit grossem Interesse verfolgt wurde. Er liess nichts an Heftigkeit zu wünschen übrig, wenn er auch vornehmlich mit der Feder und dem Wort geführt wurde . Einmal jedoch musste selbst die bewaffnete Macht antreten, um die erhitzten Gemüter zur Ordnung zu rufen. Es gab eine Schiezerei und ein Toter war zu beklagen .... Aber die Gooiländer zeigten eben, was sie als Kämpfer wert waren und so konnte es nicht anders sein: sie blieben Sieger! Dies hatten sie vor allem ihrem unermüdlichen Anführer zu danken, einem angesehenen Utrechtsche Bürger, Floris Voss, der die Sache der Erfgooier zu seiner eigenen machte, die ‚Nieuwe Partij gründetete und die Verwaltung von‚ Stad en Lande’, die vereinigten Gooigemeinden , heftig bekämpfte. Er entstammte einer alten Huizer Familie und hatte sich wieder im Gooi niedergelassen, wodurch sein Recht als Erfgooier, das lange ‚schlafend’ gewesen war, erneunt in Kraft trat. Floris Voss kämpfte hartnäckig und zäh wie ein echter Gooiländer, wobei er manchmal heftig mit der hohen Obrigkeit zusammenprallte, ohne seine Sache je verloren zu geben. Er erreichte es, dass die Erfgooiers wieder als Besitzer der Meent anerkannt wurden und ihr Recht gesetzlich bestätigt wurde durch das sogenannte ‚Erfgooiers Gesetz’ vom Jahre 1912. Heute bilden die Erfgooiers eine besondere Genossenschaft, die im ‚Gemeenlandshuis’ tagt. Einem stattlichen Gebäude in der Nähe der Crailooschen Brücke, unweit Hilversum, das der berühmte Architekt De Bazel den Erfgooiern baute. Dort werden auch die alten Dokumenten aufbewahrt, aus denen einwandfrei hervorgeht, dass die rechte der Erfgooier schon verbrieft waren, ehe dieser Landstrich überhaupt ‚Het Gooi’ hiess! Man erfährt aus diesen vergilbten Schriftstucken, dass Gooiland eine Zeitlang dem Koning von Preussen gehörte, als dieser das Kloster von Eltern und alle dazugehörende Landereien im 18 Jahrhundert übergenommen hatte. Das Erbpachtrecht war von der Grafen von Holland längst an die ‚Staten’ von Niederland übergegangen und von diesen an die königlichen Domänen, die sich mit den Erfgooiern Mitte des 19 Jahrhunderts gütlich auseinandersetzten und ihnen ihr Recht liessen.

Die Besitzer des Landes ‚Het Gooi’ heben also häufig genug gewechselt, die bewohner aber dieselben geblieben. Die erfgooiers werden wohl, wie es in Schriftstücken heisst, ‚ten eeuwigen daghe’ Besitzer der Meent bleiben und ihre Kühe dort weiden, hartnäckig an altem Recht festhaltend. So finden sich heute am Rande jener wohlgepfegte Villenkolonien , den ausgedehntesten der Niederlande, hart neben den prächtigen ‚laanen und plantsoenen’, die onübersehbaren Weideplätze der ‚Meent’ , bevölkert von Hunderten und aber Hunderten von Kühen.

M.P.

Hier de Nederlandse vertaling van bovenstaan artikel

Het oeroude Recht van der ‚Erfgooiers’.

De inwoners vochten hardnekkig om hun aanspraken

Als, Het Gooi’ in het jaar 1874 door de bouw van een spoorlijn (1) ontsloten werd, ontwikkelde het zich in adembenemend tempo tot een ontspanningscentrum (2) , waardoor de boerenbevolking sterk naar de achtergrond werd gedrongen. Tegenwoordig speelt deze in het Gooi schijnbaar nog slechts een bescheiden rol, en toch heeft zich hier een oeroud gebruik kunnen handhaven, dat zelfs in de nieuwere tijd nog wettelijk geregeld is: het recht van de ‚Erfgooiers’. (3) Er is daarover veel geschreven en gesproken, waarbij het strijdbare karakter van de Gooilanders zich opnieuw toonde, die in de middeleeuwen als strijders een vergelijkbare roep hadden als de Kozakken in het keizerlijke Rusland! (4) Om de betekenis ‚Erfgooiers’ te verduidelijken , is nodig een korte terugblik op de geschiedenis en ontwikkeling van deze landstreek.

‚Het Gooi’ heette voor duizend jaren ‚Nardinclant’ en behoorde tot het bezit van het Klooster van Elten (5) , dat het in 1280 in erfpacht overliet aan de Graven van Holland (6) Toendertijd was dat land nog wild en woest en dun bevolkt. Het bestond eigenlijk slechts uit een gemeenschap, dus uit Nardinclant, dat zich langzamerhand in meerdere dorpen splitste. Zo ontstonden Laren, Huizen, Blaricum en Bussum (7) , die echter allen aan het oude gebruik van Nardinclant vasthielden, daarbij de omliggende weiden en bossen als gemeenschappelijk bezit beschouwden en ook als zodanig benutten: ‚de gemeene heiden en weiden’, samengevat ‚de Meent’ geheten.

In Nederland noemt de boer zijn huis en land kortweg ,erf’, omdat hij beiden meestendeels van de voorvaderen erfde. Iedere Gooibewoner , die nu een ,erf’ zijn eigendom noemde, had het recht ,de Meent’ te benutten en ook het hout in de bossen te kappen, en ,plaggen’ (8) te steken op de heide. Dit recht noemde men ,schaarrecht’ (9) Verlieten zij Het Gooi, dan werd het een ‚slapend recht’ , dat weer in kracht trad, zodra zij zich opnieuw in het Gooi vestigden . Deze families nu waren de ,Erfgooiers’. Niemand bestreed hun recht, zolang de Gooise gemeenten door inheemse burgemeesters bestuurd werden, die meestal zelf tot de Erfgooiers behooorden. Einde van de 19e eeuw echter werd dit anders. De gemeenten begonnen zich als heersers en bezitters van de bossen en weiden te voelen en vervreemden deze naar het hun goed dunkte, zonder de erfgooiers te raadplegen. Deze dachten er echter niet aan zich zo zonder meer naar deze , nieuwe moderne opvattingen’ te voegen, en er begon zich een strijd te ontwikkelen, die overal in Nederland met grote interesse werd gevolgd. Er bleef niets aan heftigheid te wensen over, hoewel die toch voornamelijk met de pen en het woord gevoerd werd. Eenmaal echter moest zelfs de gewapende macht ingrijpen, om de verhitte gemoedeen tot de orde te roepen. Het kwam tot een schietpartij, en een dode was te betreuren.... (10) Echter de Gooilanders toonden bepaald, wat zij als strijders waard waren en konden niet anders zijn: zij bleven overwinnaars! Dit hadden zij vooral aan hun onvermoeibare aanvoerder te danken, een aanzienlijke Utrechtse burger, Floris Vos, die de zaak van de Erfgooiers tot zijn eigen maakte, de ‚Nieuwe Partij’ (11) oprichtte en het beheer van ,Stad en Lande’, de verenigde Gooise gemeenten (12) hevig bestreed. Hij stamde af van een oude Huizer familie en had zich weer in het Gooi gevestigd, waardoor zijn recht als erfgooier, dat lang ,slapend’ geweest was, opnieuw in kracht trad. Floris Vos streed hartnekkig en als een echte Gooilander waarbij hij menigmaal heftig met de hogere overheid in botsing kwam, zonder zijn zaak ooit op te geven. Hij bereikte het, dat de Erfgooiers weer als bezitters van de Meent erkend werden en hun recht wettelijk geregeld werd door de zogenaamde ‚Erfgooierswet’ van 1912. (13) Tegenwoordig vormen de Erfgooiers een bijzonder genootschap, dat in het ‚Gemeenlandshuis’ zitting houdt, een imposant gebouw in de buurt van de Crailose Brug, dichtbij Hilversum , dat de beroemde architekt De Bazel voor de Erfgooiers bouwde. Daar worden ook de oude documenten bewaard, waaruit onomstotelijk blijkt dat de rechten van de Erfgooiers al beschreven waren, eer deze landstreek überhaupt ,Het Gooi’ heette! Men onderkent uit deze vergeelde geschriften, dat Gooiland een tijdlang van de koning van Pruisen hoorde, toen deze het klooster van Elten en alle daarbij behorende landerijen in de 18e eeuw overgenomen had. Het erfpachtrecht was van de Graven van Holland al lang te voren overgegaan aan de ‚Staten’ van Nederland en van deze naar de koninklijke domeinen, die zich met de Erfgooiers in het midden van de 19e eeuw goed konden vinden en hun recht liet behouden.

De bezitters van Gooiland wisselde dus vaak genoeg, de bewoners echter zijn dezelfde gebleven. De Erfgooiers zullen wel, zoals het in oude schriftelijke akten heet, ,ten eeuwige daghe’ bezitters van de Meent blijven en hun koeien daar weiden, hardnekkig aan het oude recht vasthoudend. Zo bevinden zich tegenwoordig aan de rand van welverzorgde villaparken, de uitgestreksten van Nederland, vlak naast de prachtige ,lanen en plantsoenen’, de onoverzienbare weidepercelen van de ‚Meent’, bevolkt van honderden en nog eens honderden koeien.

---------------------------------

F.J.J. de Gooijer heeft bewust de tekst zo letterlijk mogelijk vertaald. De zinnen lopen daarom soms niet goed.

Voor verdere informatie zie http://gooijer.netfirms.com met o.a. een bibliografie

met boeken over Gooiland en de Erfgooiers.

1. Aansluiting op de Oosterspoorlijn Amersfoort - Amsterdam

2. Forenzengemeenten Hilversum en Bussum. Vakantiedorp en schildersdorp Laren en in mindere mate ook Blaricum.

3. De naam Erfgooier duikt voor het eerst op in een akte van 1706. Voorheen sprak men van ,gemeene landgooiers’. (gemeen = gewoon)

4. Overgenomen van de kroniekschrijver Lambertus Hortensius ca. 1500 – 1574

5. Het Sint Vitusklooster voor adellijke dames gelegen op de Elterberg.

6. Abdis Godelinde droeg het Gooi over aan Graaf Floris V

7. Het hoofdstadje was Naarden, waarbij ook het gehucht Bussum tot ca. 1815 behoorde.

8. Het Gooi bestaat voor een groot deel uit de zanderige stuwwal van de voorhistorische gletsjers. De landbouw akkers moesten vruchtbaar gemaakt worden met de koe- en schapenmest uit de potstallen. In plaats van stro werden heide plaggen voor de ligging van het vee gebruikt.

9. Een schaar was een bepaald maximum aantal koeien, dat per boer geweid mocht worden.

10. De uit Laren afkomstige erfgooier Smit werd door een soldaat doodgeschoten toen hij probeerde een gat in een koedijk (omheining) te graven

11. De Nieuwe Partij werd genoemd: “Hoofdbestuur van de Gerechtigden tot de gemeene Heiden en weiden van Gooiland”

12. De Oude Partij: “Vergadering van Stad en Lande van Gooiland”

13. Bij de Erfgooierswet van 1912 werd gesticht: “De Vereniging van Stad en Lande van Gooiland” Deze Vereniging is opgeheven in 1979.